
'Gaan jullie nog op vakantie?' Die vraag krijgt Femke (15) de laatste weken best vaak. Ze is de grote zus van Sam (12), die een verstandelijke beperking en autisme heeft. Daarom ziet haar vakantie er vaak heel anders uit dan die van haar vriendinnen. Haar verhaal is fictief, maar gebaseerd op ervaringen die voor veel brussen herkenbaar zijn. Misschien ook wel voor jou.
Iedereen lijkt plannen te hebben. Spanje, Italië, Frankrijk... Als mensen aan mij vragen of wij nog weggaan, weet ik nooit zo goed wat ik moet zeggen. Soms heb ik niet eens zin om die vraag te beantwoorden. Maargoed, dat is ook onbeleefd. Dus dan zeg ik: "Ja, wij gaan ook."
Maar in mijn hoofd denk ik er meteen achteraan: alleen ziet onze vakantie er heel anders uit.
Mijn broertje Sam is 12 jaar en heeft een verstandelijke beperking en autisme. Hij is gek op treinen, dino's en alles wat met water te maken heeft. Hij kan uren enthousiast vertellen over dezelfde treinroute of precies onthouden welke kleur de handdoeken vorig jaar op de camping hadden. Soms is dat leuk en grappig, maar niet altijd. Want nieuwe situaties vindt hij juist heel spannend.
Terwijl gezinnen van mijn vriendinnen misschien een paar dagen van tevoren besluiten om een weekendje weg te gaan, begint onze vakantie eigenlijk al maanden eerder. Mijn ouders zoeken een vakantiehuis uit alsof ze een nieuw huis gaan kopen. Is het rustig? Ligt er geen drukke weg naast? Is de tuin afgesloten? Is er een supermarkt met producten die Sam kent? Hoe lang moeten we rijden? En zijn er genoeg rustige plekken als het allemaal even te veel wordt?
Vroeger snapte ik daar eerlijk gezegd niet zoveel van. Ik vond het vooral irritant. Waarom moesten we altijd alles zo goed plannen? Waarom konden we nooit spontaan iets doen? En waarom leek het alsof alles om Sam draaide?
Ik weet nog dat we een keer onderweg waren naar een dierentuin. Ik had me er weken op verheugd. Maar na een uur rijden werd Sam steeds onrustiger. Hij begon te huilen, sloeg met zijn handen op de stoel en raakte helemaal overprikkeld. Mijn ouders besloten om terug naar huis te gaan. Ik was boos. Niet een beetje, maar echt heel boos. Ik zei bijna de hele terugweg niks. Thuis gooide ik mijn slaapkamerdeur dicht en dacht alleen maar: Waarom gebeurt dit altijd bij ons?
Nu, een paar jaar later, kijk ik daar heel anders naar. Niet omdat ik het nooit meer jammer vind, want dat vind ik soms nog steeds. Maar ik snap nu beter waarom mijn ouders die keuzes maken. Ze proberen mij niks af te pakken. Ze proberen ervoor te zorgen dat we als gezin überhaupt samen op vakantie kunnen.
En daardoor zijn onze vakanties misschien minder spontaan, maar daardoor niet minder leuk.
Ik denk zelfs dat ik dingen ben gaan waarderen die andere mensen misschien niet eens opmerken. Zoals die ene ochtend waarop iedereen nog sliep en Sam ineens zachtjes zei: "Zullen we samen eendjes zoeken?" Of die avond dat we op de veranda zaten terwijl het een beetje regende. We speelden kaartspelletjes, aten chips uit dezelfde zak en moesten lachen omdat Sam elke keer expres de regels veranderde.
Natuurlijk gaat er ook genoeg mis. Er zijn dagen waarop een restaurant toch te druk is. Dagen waarop we drie keer terug moeten naar het vakantiehuisje omdat Sam zijn knuffel kwijt is. Of waarop mijn ouders zo moe zijn dat ze geen energie meer hebben om een spelletje te doen.
Vroeger zag ik vooral wat we allemaal misten. Nu zie ik ook wat we wél hebben. Juist omdat alles wat meer moeite kost, zijn de kleine dingen extra bijzonder. Dat Sam een nieuwe speeltuin durft uit te proberen, zelf een ijsje bestelt zonder zenuwachtig te worden of een hele wandeling volhoudt.
Na de vakantie vertellen mijn vriendinnen vaak over achtbanen, feestjes of een lange stranddag. Ik vertel soms iets heel anders. Over Sam die voor het eerst zonder spanning een boottocht maakte. Of over die avond waarop we met z'n vieren naar de zonsondergang zaten te kijken en niemand iets hoefde te zeggen. Dat zijn misschien geen spectaculaire verhalen, maar voor mij zijn het herinneringen die ik nooit vergeet.
Soms vragen mensen of ik het niet vervelend vind dat we altijd rekening moeten houden met mijn broertje. Natuurlijk vind ik dat soms wel. Ik zou liegen als ik zei dat ik nooit baal als plannen veranderen of iets niet doorgaat. Maar ik heb ook geleerd dat rekening houden met iemand niet betekent dat je alles moet opgeven. Het betekent vooral dat je samen kijkt naar wat wél kan. Misschien is dat wel het belangrijkste wat Sam mij heeft geleerd. Niet alles hoeft perfect te zijn om mooi te zijn.
Dus als iemand me deze zomer weer vraagt of wij op vakantie gaan, zeg ik met een lach: "Ja. En het wordt vast weer een avontuur." Misschien niet het avontuur dat je in een reisfolder ziet, maar wel eentje die ik voor geen goud zou willen missen.
Hoe is het voor jou om met je broer of zus op vakantie te gaan?